Nieuws(blog)

Actuele uitspraken rechtbank Rotterdam

Door te klikken op onderstaande link krijgt u toegang tot de op rechtspraak.nl. gepubliceerde actuele uitspraken van de rechtbank Rotterdam op het gebied van civiel recht:

Rechtbank Rotterdam / civiele uitspraken op rechtspraak.nl / 13 november – 17 november 2017

[bron: rechtspraak.nl / periode 13 november – 17 november 2017]

 

Hoge Raad bevestigt: annuleringsbeding opleidingsinstituut buiten werking

Tio Teach is een leerinstelling welke –onder andere in Rotterdam- opleidingen op mbo- en hbo-niveau aanbiedt. Een mbo-student schrijft zich in 2012 in voor een opleiding hotelmanagement. Enige maanden later moet de leerling zijn opleiding afbreken in verband met zijn psychische gesteldheid. In de algemene voorwaarden welke Tio in deze kwestie hanteert, staat onder andere dat een student bij annulering van een opleiding het volledige cursusgeld is verschuldigd. Tio Teach houdt vast aan deze bepaling en de ouders van de leerling betalen het cursusgeld van Euro 12.600,– met aftrek van zo’n Euro 800,–.

Tio stapt naar de kantonrechter in Rotterdam en vordert betaling van de resterende Euro 800,–. De ouders vorderen hierop terugbetaling van zo’n Euro 8.080,–. Nadat de kantonrechter Tio Teach in het ongelijk heeft gesteld en de ouders in het gelijk, komt de zaak in beroep bij het gerechtshof. Deze oordeelt dat de ouders terecht terugbetaling vorderen. Het annuleringskostenbeding wordt aangemerkt als ‘onredelijk bezwarend’ en is hiermee een ‘oneerlijk beding’ in een overeenkomst tussen consument en een bedrijf. Het hof stelt het beding buiten werking.

Het gerechtshof oordeelt dat Tio een redelijk loon mag vorderen voor de periode dat gebruik is gemaakt van de opleiding. Tio mag in dit geval niet al het cursusgeld voor het hele opleidingsjaar vorderen omdat het hiermee feitelijk onmogelijk is om de opleiding tussentijds te beëindigen. Zo’n mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging is in dit geval een wettelijk vastgelegd recht. Dit geldt in dit geval des te meer als de opleidingsduur lang is (een jaar) en de kosten hoog. De Hoge Raad volgt het gerechtshof in haar oordeel en stelt Tio in het ongelijk. Hiermee moet Tio Teach de ten onrechte in rekening gebrachte cursuskosten tot zo’n Euro 8680,00 terugbetalen.

Samenvattend kan de consument ook in het geval van annulering bescherming ontlenen aan de wet. Op basis van in de wet opgenomen Europese regelgeving (dank u wel Europa!) kunnen bepalingen in een overeenkomst of in algemene voorwaarden buiten werking worden gesteld als dit oneerlijk is voor consumenten. Dat kan heel veel geld schelen.

[bron: rechtspraak.nl / ECLI:NL:HR:2017:2775]

 

Vluchten kan niet meer

In een alimentatiekwestie vertrekt de onderhoudsplichtige man naar het buitenland. Daar blijkt het niet mogelijk om achterstallige alimentatietermijnen te incasseren. Andere mogelijkheden om de alimentatie te incasseren hebben ook gefaald. Alimentatie kan in Nederland zonder kosten, of tegen betrekkelijk weinig kosten, geïncasseerd worden door het LBIO. Het LBIO is echter niet voor een gat te vangen en verzint een list. Zij vragen de Nederlandse overheid om het Nederlandse paspoort van de man te laten vervallen. De wet voorziet in deze mogelijkheid. Aldus geschiedt; als de man weer eens naar Nederland gaat wordt zijn paspoort bij de Douane ingenomen en vervallen verklaard. Een nieuw paspoort wordt geweigerd. In een door de man aangespannen kort geding-procedure voor de rechtbank Rotterdam staat de rechter de handelwijze van het LBIO toe. De man heeft nooit meegewerkt aan- of gereageerd op betalingsverzoeken. De man beschikt kennelijk over voldoende vermogen en de man bewijst niet dat dit anders is.

De man blijft dus verstoken van een paspoort en kan niet –met paspoort- terugreizen. Hij zal nu toch waarschijnlijk in Nederland zijn alimentatieschulden moeten zien te regelen.

[bron: rechtspraak.nl / ECLI:NL:RBROT:2017:7102]

 

Minderjarigen en hun eigen vraag aan de rechter

De meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag spreekt zich uit over de mogelijkheden van een minderjarige om zelfstandig –zonder tussenkomst van een van de ouders- een zaak aan de rechter voor te leggen. In deze kwestie woont het minderjarige kind bij moeder, die bepaalt dat het kind naar school X gaat. Vader, eveneens belast met het gezag over de minderjarige, is hier niet in gekend en is het oneens met de beslissing van moeder. Maar, ook het kind is het oneens met moeder. Zij wil naar school Y. Vader stapt namens het kind naar de rechter, maar die bepaalt dat het kind alleen in een aantal gevallen zelf –zonder wettelijk vertegenwoordiger of advocaat- naar de rechter kan gaan (‘informele rechtsingang’). Deze gevallen worden duidelijk in de wet omschreven en de beslissing over schoolkeuze valt hier niet onder. Dit soort problemen moet op ouder-niveau worden beslist, aldus de het gerechtshof.

Een minderjarig kind kan wel zelf in een aantal gevallen –zonder wettelijk vertegenwoordiger of advocaat- naar de rechter gaan als het onderwerpen betreft als (wijziging van) een omgangsregeling alsmede een regeling over informatie en consultatie met betrekking tot de niet-verzorgende ouder.

Echter, het gerechtshof houdt in deze zaak via een omweg toch rekening met de mening van het kind. De rechters beslissen dat het niet in het belang van het kind is om zo tussen haar ouders in te staan en zij zetten toch (hoewel de wet hier niet in voorziet) in het belang van het kind een streep door de beslissing van moeder.

Beide ouders moeten nu samen opnieuw tot een beslissing komen en anders de zaak aan de rechter voorleggen.

[bron: rechtspraak.nl / ECLI:NL:GHDHA:2017:2142]

 

Meeste gescheiden vrouwen praten niet over verdeling pensioen

Twee derde van de gescheiden vrouwen in Nederland praat tijdens de scheiding niet over het verdelen van het ouderdomspensioen. Dit kan voor de vrouwen tot een flink pensioentekort leiden als de ex-partner niet verdeelt. Zo’n 45 procent van de gescheiden vrouwen denkt ten onrechte dat een scheiding geen invloed heeft op hun pensioen, blijkt uit een op 9 juni jl. gepubliceerd onderzoek van Motivaction dat in opdracht van Mijnpensioenoverzicht.nl is uitgevoerd.

Een scheiding heeft gevolgen voor het opgebouwde ouderdomspensioen van beide partners. Een derde van de vrouwen is er niet van op de hoogte dat ze daar bij een scheiding iets over kunnen (en behoren) vast te leggen. Verder blijkt dat een kwart van de ondervraagde vrouwen niet weet of zij tijdens hun huwelijk ouderdomspensioen hebben opgebouwd.

Niet automatisch

Als de vrouwen niet binnen twee jaar na echtscheiding / ontbinding van het geregistreerd partnerschap aan de pensioenuitvoerder melden dat ze gescheiden zijn/ dat het geregistreerd partnerschap is ontbonden, verloopt de uitbetaling van opgebouwd ouderdomspensioen aan de mede-rechthebbende niet meer automatisch via de pensioenuitvoerder. Het recht op hun deel van het ouderdomspensioen vervalt niet. Maar wie na twee jaar aanspraak wil maken op het opgebouwde ouderdomspensioen van de ex-partner, moet de ex-partner vragen het pensioen op de ingangsdatum uit te betalen. “Dat contact kan onprettig zijn. Deze procedure verloopt bovendien regelmatig via de rechter”, aldus Mijnpensioenoverzicht.nl. De organisatie stelt dat lang niet iedereen weet dat het recht op pensioenverdeling bestaat. “Als niemand je daarop wijst, kan dit financiële gevolgen hebben. Met in het ergste geval een flink lager pensioen dan waar je recht op hebt.”

Recht

Volgens de wet heeft een voormalige partner bij een scheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap recht op de helft van het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen van de ex-partner. Overigens is het voor scheidende stellen/ partners die hun partnerschap ontbinden mogelijk om afwijkende afspraken te maken in een (echtscheidings)convenant. Ze kunnen bijvoorbeeld een andere verdeling kiezen of afstand doen van het recht op ouderdomspensioen van de ex-partner. In zo’n convenant worden ook andere afspraken vastgelegd.

[bron: NU.nl en Motivaction.nl  09.06.2017]

Naschrift: behalve ouderdomspensioen kan ook het nabestaandenpensioen van belang zijn bij scheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Dit nabestaandenpensioen ( of  bijzonder partnerpensioen ) kan bij overlijden een aanspraak op uitkering toekennen aan de overblijvende partner die gescheiden is of wiens geregistreerd partnerschap is ontbonden. Op het nabestaandenpensioen zijn weer andere regels van toepassing dan op het ouderdomspensioen.

 

Dit zijn recent gepubliceerde artikelen. Oudere artikelen zijn ten behoeve van de toegankelijkheid van deze site van deze pagina verwijderd.